10 tips voor buitenverlichting

Datum: 04/05/2019

Hoera, de lente is in het land. De tijd van barbecuefeestjes met vrienden en familie en urenlang zonnebaden en chillen in je tuin is weer aangebroken. Wil je de sfeer in jouw tuin nog gezelliger maken? Of wil je graag tot in de late uurtjes kunnen genieten? Investeer dan vandaag nog in buitenverlichting.

  1. Kleur van de verlichting

De kleur van de verlichting speelt een belangrijke rol bij het creëren van de juiste sfeer. Waar geel licht eerder een warm, romantisch effect teweegbrengt, zorgt wit licht dan weer voor een koeler, moderner effect. Woon je in een zeer groene omgeving, dan kan je ook altijd kiezen voor groene verlichting (beter voor fauna en flora). Zowel geel, wit als groen licht zijn realiseerbaar met LED-lampen. Duurzaam, efficiënt en laag in verbruik. Aan jou de keuze. Ook een mix is mogelijk!

  1. Werk met aparte lichtcircuits

Werk met functionele verlichting (bv. verlichting aan voordeur), accent- en sfeerverlichting (bv. sfeerverlichting boom) in je tuin en sluit deze verschillende types verlichting aan op aparte lichtcircuits. Zo kan je eenvoudig het licht op één specifieke plaats aan- en uitschakelen zonder dat het licht overal aan of uitgaat.

  1. Denk aan het milieu

Plaats bewegingssensoren in je tuin, bijvoorbeeld ter hoogte van de voor- en achterdeur of het tuinpad. Het licht gaat zo enkel branden wanneer er beweging wordt gedetecteerd. Dit is trouwens ook een handig instrument om inbrekers af te schrikken.

Ook het werken met een tijdklok is mogelijk, zodat je verlichting nooit onnodig blijft branden.

Best kies je ook voor zacht en dimbaar licht. Dit kost minder stroom, zeker als je gebruikmaakt van LED-verlichting.

  1. Onderhoud je tuinverlichting

Kijk je tuinverlichting regelmatig na, dit zowel een keer in het voorjaar als in het najaar. Doe al je lampen aan en kijk na of ze allemaal nog werken. Zo zal je in geval van halogeen-, gloei-, of spaarlampen de lampjes regelmatiger moeten vervangen dan wanneer je gebruikmaakt van LED.

Bekijk ook of de lens/het glas nog schoon is. Wanneer er groenaanslag of vuil aanwezig is, ga je na of de dichtingen (rubbertjes) nog OK zijn. Bij duurzame (lees: duurdere) tuinverlichting kan je meestal de lens opendraaien. Zit er een dichting in die verduurd of stuk is, dan vervang of herstel je deze. Voor je de lens vervolgens opnieuw dichtdraait, smeer je de dichting in met siliconenvet om de rubber terug soepeler te maken. Zo kan de dichting opnieuw afdichten zoals het hoort.

Neem gelijktijdig ook eventjes de tijd om de lampen/armaturen met een vochtige doek schoon te vegen. Opgelet: schakel hier wel de verlichting voor uit! Wanneer je beschikt over lampen van roestvrij staal kunnen water en meststoffen de metalen aantasten. In handelszaken vind je speciale producten om de lampen te beschermen en poetsen.

  1. Verblind niet

Zorg ervoor dat je lampen niet verblindend gaan werken. Kies daarom bij voorkeur voor wandarmaturen, grondspots en zacht licht. Met deze subtiele vormen van verlichting is de kans bovendien ook kleiner dat jouw buren hinder ondervinden van jouw tuinverlichting. Zorg er zeker voor dat je spots niet tot in hun tuin schijnen.

  1. Ga voor contrast

Overdrijf niet met de verlichting in je tuin. Een contrast tussen licht en donker levert nog steeds het mooiste resultaat op. Je licht beter hier en daar een bepaalde plek uit (bijvoorbeeld een grondspot ter hoogte van een mooie boom of vijvertje) dan heel je tuin vol verlichtingsarmaturen te hangen/plaatsen.

  1. Verlicht zeker je terras, tuinpad en voor- en achterdeur

Op deze plaatsen heb je licht nodig. Niets vervelender dan struikelen omdat je een bepaald voorwerp op jouw pad niet hebt gezien of het feit dat je de deur niet kan losmaken omdat je het deurgat niet vindt. Verschillende soorten verlichting zijn in dit geval mogelijk. Bijvoorbeeld: verlichting in de grond of verlichtingspaaltjes om een pad aan te geven, (inbouw)muurlampen voor de verlichting van de deuringang of garage. Je vermijdt best schijnwerpers. Deze vorm van verlichting is vaak te fel en verblindend.

  1. Let op de IP-waarde

Verlichting in je tuin krijgt af te rekenen met regen, wind, sneeuw, vrieskou en extreme hitte. Omdat je buitenverlichting tegen al deze dingen moet bestand zijn, moet je er steeds voor zorgen dat je verlichting over een hoge IP-waarde beschikt. In geval van tuinverlichting is de minimumwaarde IP 44. Wanneer je verlichting aanbrengt in de buurt van vijvers is dit IP 65. Deze waarde, bestaande uit twee cijfers, geeft aan in welke mate de lamp bestand is tegen vaste delen zoals stof en zand en tegen water en vocht.

  1. Een veilige plaatsing

Bij buitenverlichting vergt ook de aansluiting nog iets meer aandacht. Zo moet je in het geval van gevelverlichting de bekabeling vanuit de binnenmuur naar buiten brengen. Vervolgens sluit je de kabels zo waterbestendig mogelijk aan op de armatuur.

Wanneer je kiest voor tuinverlichting wordt de bekabeling via de grond voorzien. Gebruik hiervoor de juiste grondkabel. Probeer de bekabeling zo’n 30 tot 40 cm diep te leggen. Zo kan je de kabels al zeker niet beschadigen wanneer je een spade in de grond steekt (zo’n 25 cm). Probeer de verbindingen ook met speciale opgietdozen en gel/hars te verbinden en te beschermen tegen vocht en de zwaardere omgeving. 

  1. Tuinontwerp en verlichtingsplan is één

Ben je van plan je tuin te laten aanleggen dan kies je er best voor om tegelijkertijd een verlichtingsplan te laten maken. Zo kan de nodige bekabeling alvast voorzien worden. Net door de inrichting van je tuin en de verlichting gelijktijdig aan te pakken, vermijd je dat je tuin later weer moet overhoop gehaald worden. Bewaar zeker ook het verlichtingsplan om later problemen bij graaf- of tuinwerkzaamheden te voorkomen.

Wil je verlichting aanbrengen in jouw woning of tuin? Zelfbouwelektro helpt jou graag verder! Neem vandaag nog contact met ons op via info@zelfbouwelektro.be of 0475 59 59 19.